Week in Taiwan

De eerste blog post van 2016, ondanks dat we toch al in maart zitten. Volgende week dinsdag vertrek ik weer terug naar ons kikkerlandje, en zal ik drie weken weer fijn thuis zijn. Voordat ik vertrek wil ik op z’n minst nog één post schrijven, dus bij deze. Natuurlijk is er ook deze keer veel om over te schrijven, maar het zal toch vooral gaan over de vakantie waar ik zojuist van terug ben: een week in Taiwan.

Taiwan (officieel de Republic of China / Zhong Hua Min Guo) is een eiland een flink eind ten zuiden van Japan. Met een bevolking van ongeveer 23,5 miljoen, en een kleiner oppervlakte dan Nederland, kun je je voorstellen dat het nogal dichtbevolkt is. Taiwan wordt door weinig landen in de wereld erkend als een echt land, en je zult in Taipei dus geen Nederlandse ambassade vinden. De relatie met China is enigszins verbeterd, maar met de komende president, Tsai Ing Wen, is de kans groot dat die relatie zal verslechteren.

Ik wou graag naar Taiwan vanwege verschillende redenen. Om te beginnen ben ik nog nooit in een land geweest waar men Chinees spreekt. Ik studeer nu al ruim een jaar Chinees, en hier op de universiteit zijn genoeg kansen om het te gebruiken, maar niks motiveert je talenstudie beter dan een reis naar het land waar de taal gebruikt wordt. Ten tweede is Taiwan een heel interessant land, want je hebt prachtige Chinese cultuur op een tropisch eiland met indrukwekkende natuur, met ook alle vrijheden van een democratie. Ik zou vergezeld worden door Yongyue, mijn Chinese vriendin, wat ook betekende dat we makkelijk zouden kunnen reizen door het toch niet echt English-friendly Taipei en omstreken. We vertrokken op vorige week donderdag en zouden de volgende donderdag weer terug komen in Japan.

Na een bustocht van Tsukuba naar Narita Airport, een vlucht van ongeveer vier uur naar Taoyuan Airport en weer een bustocht naar Taipei, kwamen we in de avond eindelijk aan bij het centraal station van Taipei. Na een maaltijd die niet al te bijzonder was namen we een taxi naar het hotel en sliepen we vroeg om de volgende dag op pad te gaan.

Toen we de volgende dag het hotel verlieten werden we begroet door een nogal grijze en regenachtige hemel, maar in Taipei zijn vrijwel alle trottoirs overdekt, dus het zou de pret zeker niet drukken. Het straatbeeld zou iedereen die wel eens in een Chinatown is geweest herkennen: grote uithangborden voor van allerlei dingen, overal Chinese karakters, en allerlei vreemde geuren. Taipei verschilt van Tokyo in dat de straten gevuld zijn met brommers: dé manier van transport in de stad. Ook is het er verre van schoon, en zijn de meeste gebouwen betonnen blokken bedekt met airco units en de hierboven genoemde uithangborden. Mooi is het zeker niet, maar het heeft toch zijn charme.

Het ontbijt, of beter gezegd brunch, bestond uit “xiaolongbao”, een soort wit gestoomd broodje met een vulling, “youtiao”, letterlijk “olie stok”, en nog iets waarvan ik de naam vergeten ben. Gegeten in een tent die je nauwelijks een restaurant zou kunnen noemen, maar wel typisch Taiwanees. Stel je en soort betegelde garage voor, met een keuken aan de voorkant en wat simpele stoelen in de achterkant. Service is miniem en het is allesbehalve rustig met schreeuwende mensen en machines waarmee eten gemaakt wordt, net naast je eettafel. Het is natuurlijk ook spotgoedkoop.

Na het ontbijt besloten we wat rond te dwalen in de stad, en na een mooi parkje en het parlementsgebouw kwamen we aan bij een van de grootste toeristische plekken van de stad: de Chiang Kai-Shek Memorial Hall en de daarnaast gelegen National Theater en National Concert Hall. Chiang Kai-Shek (Jiang Jie Shi in Chinees pinyin) is een van de belangrijkste personages in de geschiedenis van China en Taiwan. Nadat hij leider werd van de Kuomintang (KMT) (“de National Party”), verenigde hij China en werd hij de baas van het gigantische land. Hierna leidde hij de strijd tegen de Japanse invasie in de Tweede Sino-Japanse oorlog, het Chinese strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog, waar zijn Kuomingtang partij tijdelijk samenwerkte met de Communistische Partij om de Japanners te verslaan. Dat lukte, maar na de overgave van Japan duurde het niet lang voordat de Kuomintang en de Communistische partij begonnen met een strijd voor de macht over China. Om een lang verhaal kort te maken, de Kuomintang verliest en vlucht naar het eiland Taiwan, terwijl de Communistische partij zich vestigt in Beijing en de People’s Republic of China (in Chinees pinyin: Zhong Hua Ren Min Gong He Guo) sticht. De Kuomintang verklaart dan Taiwan als de “Republic of China”, en Chiang zou daar president zijn van 1950 tot zijn dood in 1975 in een dictatoriaal regime dat geen kritiek duldde en tegenstanders zou executeren.

Zo’n personage blijft natuurlijk nu nog steeds erg controversieel. Zijn Memorial Hall is erg indrukwekkend, met gigantische gebouwen in Chinese stijl, zijn grote standbeeld in een paleis van marmer en serieuze soldaten die in een soort dansakte ieder uur worden afgewisseld. Onder het gebouw was een museum over generalissimo Chiang Kai-Shek, waar de smaak van propaganda toch sterk was.

Die avond bestond het eten uit kippenvoeten (zie foto!), beef noedels en fried chicken Taiwanese style, met Taiwans signature drink: milk tea.

De volgende dag naar het National Palace Museum gegaan, dat een stuk uit het centrum van Taipei ligt, tussen mistige bergen. Zie het als het Louvre van Taiwan, een van de grootste musea in de wereld en vol met Chinese kunst die de Kuomintang nog kon meenemen toen ze uit China vluchtten. In het museum wordt je bewust van de rijke en oude Chinese cultuur, die officieel 5000 jaar oud (propaganda alarm!) is, maar in ieder geval oeroud en bijzonder. Prachtig porselein, jade, koraal en meer. De jaden Pak-Choi (ik lieg niet), een knots van jade die wel eetbaar lijkt, is het hoogtepunt van het museum. Jammer genoeg bevond het zich op het moment van ons bezoek in Kaohsiung, een andere stad in Taiwan. Helaas.

Die avond aten we in de night market van Shilin, een van de grootste markten van Taiwan. Je moet het zien om te geloven: smalle straatjes die nog smaller worden door de massa’s kraampjes, overal rode lampionnen, hier en daar een kleine tempel, vreemde geuren en nog vreemder eten, etc. De wringt je door een massa koopzuchtige Chinezen en tegelijkertijd probeer je happen te nemen van het eten dat je krampachtig vasthoudt. Het is heerlijk.

De rest van de week hebben we onder andere het volgende bezocht:

Tamsui, een locatie aan zee boven Taipei, met prachtig uitzicht op het water met in de achtergrond bergen en de skyline van Taipei. Ook vind je hier een Fort San Domingo, een fort van de Spanjaarden. Dit fort werd later overgenomen door de Nederlanders, net zoals de rest van Taiwan, dat toen “Formosa” heette. Wij werden overigens later door de Qing dynastie weggejaagd.

Taipei 101, de grootste wolkenkrabber van Taiwan en met 509 meter het hoogste gebouw in de wereld van 2004 tot 2009. De snelste lift in de wereld bracht ons in no time naar de top, vanwaar het uitzicht indrukwekkend is. Jammer genoeg was de pret enigszins gedrukt door een combinatie van bewolking en of smog, die het zicht nogal limiteerde. Binnen in de top van het gebouw bevindt zich een gigantische stalen bal, het hart van de wolkenkrabber, die het gebouw beschermt tegen aardbevingen en tyfoons. Later die dag hebben we het elephant path beklommen, die ons bovenaan een kleine berg bracht die ons een prachtig uitzicht gaf van de Skyline van Taipei.

Jiufen, een stadje op een berg, bekend om de markten, mooie uitzichten en tempels. In de buurt van Jiufen vonden we na een korte wandeltocht een gigantische tempel, compleet verlaten. Het interieur van deze tempels is versierd tot het extreme: letterlijk iedere millimeter heeft wel iets gouds, een draak, een lampion, noem maar op.

Pingxi, een stadje dat bekend staat om het treinspoor dat recht door de markt loopt. Als de trein eraan komt moet iedereen snel aan de kant en moeten de spullen verschoven worden. Gelukkig is dat maar één keer per uur.

… En dat is dan een samenvatting van onze reis. Ik heb meer zekerheid in mijn Chinees gekregen, en mijn vocabulaire is ook een stuk breder geworden. Dit was het tweede land dat ik heb bezocht in Azië, en het is goed om de buren van Japan ook te bezoeken, en Taiwan is toch de beste vriend die er in de regio te vinden is. Ik zou graag een keer terug willen om ook de andere delen van het land te bezoeken, zoals de ruige bergen die te vinden zijn aan de oostelijke kant van het eiland, en de andere steden zoals Kaohsiung, Taichung en Tainan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s