Week in Taiwan

De eerste blog post van 2016, ondanks dat we toch al in maart zitten. Volgende week dinsdag vertrek ik weer terug naar ons kikkerlandje, en zal ik drie weken weer fijn thuis zijn. Voordat ik vertrek wil ik op z’n minst nog één post schrijven, dus bij deze. Natuurlijk is er ook deze keer veel om over te schrijven, maar het zal toch vooral gaan over de vakantie waar ik zojuist van terug ben: een week in Taiwan.

Taiwan (officieel de Republic of China / Zhong Hua Min Guo) is een eiland een flink eind ten zuiden van Japan. Met een bevolking van ongeveer 23,5 miljoen, en een kleiner oppervlakte dan Nederland, kun je je voorstellen dat het nogal dichtbevolkt is. Taiwan wordt door weinig landen in de wereld erkend als een echt land, en je zult in Taipei dus geen Nederlandse ambassade vinden. De relatie met China is enigszins verbeterd, maar met de komende president, Tsai Ing Wen, is de kans groot dat die relatie zal verslechteren.

Ik wou graag naar Taiwan vanwege verschillende redenen. Om te beginnen ben ik nog nooit in een land geweest waar men Chinees spreekt. Ik studeer nu al ruim een jaar Chinees, en hier op de universiteit zijn genoeg kansen om het te gebruiken, maar niks motiveert je talenstudie beter dan een reis naar het land waar de taal gebruikt wordt. Ten tweede is Taiwan een heel interessant land, want je hebt prachtige Chinese cultuur op een tropisch eiland met indrukwekkende natuur, met ook alle vrijheden van een democratie. Ik zou vergezeld worden door Yongyue, mijn Chinese vriendin, wat ook betekende dat we makkelijk zouden kunnen reizen door het toch niet echt English-friendly Taipei en omstreken. We vertrokken op vorige week donderdag en zouden de volgende donderdag weer terug komen in Japan.

Na een bustocht van Tsukuba naar Narita Airport, een vlucht van ongeveer vier uur naar Taoyuan Airport en weer een bustocht naar Taipei, kwamen we in de avond eindelijk aan bij het centraal station van Taipei. Na een maaltijd die niet al te bijzonder was namen we een taxi naar het hotel en sliepen we vroeg om de volgende dag op pad te gaan.

Toen we de volgende dag het hotel verlieten werden we begroet door een nogal grijze en regenachtige hemel, maar in Taipei zijn vrijwel alle trottoirs overdekt, dus het zou de pret zeker niet drukken. Het straatbeeld zou iedereen die wel eens in een Chinatown is geweest herkennen: grote uithangborden voor van allerlei dingen, overal Chinese karakters, en allerlei vreemde geuren. Taipei verschilt van Tokyo in dat de straten gevuld zijn met brommers: dé manier van transport in de stad. Ook is het er verre van schoon, en zijn de meeste gebouwen betonnen blokken bedekt met airco units en de hierboven genoemde uithangborden. Mooi is het zeker niet, maar het heeft toch zijn charme.

Het ontbijt, of beter gezegd brunch, bestond uit “xiaolongbao”, een soort wit gestoomd broodje met een vulling, “youtiao”, letterlijk “olie stok”, en nog iets waarvan ik de naam vergeten ben. Gegeten in een tent die je nauwelijks een restaurant zou kunnen noemen, maar wel typisch Taiwanees. Stel je en soort betegelde garage voor, met een keuken aan de voorkant en wat simpele stoelen in de achterkant. Service is miniem en het is allesbehalve rustig met schreeuwende mensen en machines waarmee eten gemaakt wordt, net naast je eettafel. Het is natuurlijk ook spotgoedkoop.

Na het ontbijt besloten we wat rond te dwalen in de stad, en na een mooi parkje en het parlementsgebouw kwamen we aan bij een van de grootste toeristische plekken van de stad: de Chiang Kai-Shek Memorial Hall en de daarnaast gelegen National Theater en National Concert Hall. Chiang Kai-Shek (Jiang Jie Shi in Chinees pinyin) is een van de belangrijkste personages in de geschiedenis van China en Taiwan. Nadat hij leider werd van de Kuomintang (KMT) (“de National Party”), verenigde hij China en werd hij de baas van het gigantische land. Hierna leidde hij de strijd tegen de Japanse invasie in de Tweede Sino-Japanse oorlog, het Chinese strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog, waar zijn Kuomingtang partij tijdelijk samenwerkte met de Communistische Partij om de Japanners te verslaan. Dat lukte, maar na de overgave van Japan duurde het niet lang voordat de Kuomintang en de Communistische partij begonnen met een strijd voor de macht over China. Om een lang verhaal kort te maken, de Kuomintang verliest en vlucht naar het eiland Taiwan, terwijl de Communistische partij zich vestigt in Beijing en de People’s Republic of China (in Chinees pinyin: Zhong Hua Ren Min Gong He Guo) sticht. De Kuomintang verklaart dan Taiwan als de “Republic of China”, en Chiang zou daar president zijn van 1950 tot zijn dood in 1975 in een dictatoriaal regime dat geen kritiek duldde en tegenstanders zou executeren.

Zo’n personage blijft natuurlijk nu nog steeds erg controversieel. Zijn Memorial Hall is erg indrukwekkend, met gigantische gebouwen in Chinese stijl, zijn grote standbeeld in een paleis van marmer en serieuze soldaten die in een soort dansakte ieder uur worden afgewisseld. Onder het gebouw was een museum over generalissimo Chiang Kai-Shek, waar de smaak van propaganda toch sterk was.

Die avond bestond het eten uit kippenvoeten (zie foto!), beef noedels en fried chicken Taiwanese style, met Taiwans signature drink: milk tea.

De volgende dag naar het National Palace Museum gegaan, dat een stuk uit het centrum van Taipei ligt, tussen mistige bergen. Zie het als het Louvre van Taiwan, een van de grootste musea in de wereld en vol met Chinese kunst die de Kuomintang nog kon meenemen toen ze uit China vluchtten. In het museum wordt je bewust van de rijke en oude Chinese cultuur, die officieel 5000 jaar oud (propaganda alarm!) is, maar in ieder geval oeroud en bijzonder. Prachtig porselein, jade, koraal en meer. De jaden Pak-Choi (ik lieg niet), een knots van jade die wel eetbaar lijkt, is het hoogtepunt van het museum. Jammer genoeg bevond het zich op het moment van ons bezoek in Kaohsiung, een andere stad in Taiwan. Helaas.

Die avond aten we in de night market van Shilin, een van de grootste markten van Taiwan. Je moet het zien om te geloven: smalle straatjes die nog smaller worden door de massa’s kraampjes, overal rode lampionnen, hier en daar een kleine tempel, vreemde geuren en nog vreemder eten, etc. De wringt je door een massa koopzuchtige Chinezen en tegelijkertijd probeer je happen te nemen van het eten dat je krampachtig vasthoudt. Het is heerlijk.

De rest van de week hebben we onder andere het volgende bezocht:

Tamsui, een locatie aan zee boven Taipei, met prachtig uitzicht op het water met in de achtergrond bergen en de skyline van Taipei. Ook vind je hier een Fort San Domingo, een fort van de Spanjaarden. Dit fort werd later overgenomen door de Nederlanders, net zoals de rest van Taiwan, dat toen “Formosa” heette. Wij werden overigens later door de Qing dynastie weggejaagd.

Taipei 101, de grootste wolkenkrabber van Taiwan en met 509 meter het hoogste gebouw in de wereld van 2004 tot 2009. De snelste lift in de wereld bracht ons in no time naar de top, vanwaar het uitzicht indrukwekkend is. Jammer genoeg was de pret enigszins gedrukt door een combinatie van bewolking en of smog, die het zicht nogal limiteerde. Binnen in de top van het gebouw bevindt zich een gigantische stalen bal, het hart van de wolkenkrabber, die het gebouw beschermt tegen aardbevingen en tyfoons. Later die dag hebben we het elephant path beklommen, die ons bovenaan een kleine berg bracht die ons een prachtig uitzicht gaf van de Skyline van Taipei.

Jiufen, een stadje op een berg, bekend om de markten, mooie uitzichten en tempels. In de buurt van Jiufen vonden we na een korte wandeltocht een gigantische tempel, compleet verlaten. Het interieur van deze tempels is versierd tot het extreme: letterlijk iedere millimeter heeft wel iets gouds, een draak, een lampion, noem maar op.

Pingxi, een stadje dat bekend staat om het treinspoor dat recht door de markt loopt. Als de trein eraan komt moet iedereen snel aan de kant en moeten de spullen verschoven worden. Gelukkig is dat maar één keer per uur.

… En dat is dan een samenvatting van onze reis. Ik heb meer zekerheid in mijn Chinees gekregen, en mijn vocabulaire is ook een stuk breder geworden. Dit was het tweede land dat ik heb bezocht in Azië, en het is goed om de buren van Japan ook te bezoeken, en Taiwan is toch de beste vriend die er in de regio te vinden is. Ik zou graag een keer terug willen om ook de andere delen van het land te bezoeken, zoals de ruige bergen die te vinden zijn aan de oostelijke kant van het eiland, en de andere steden zoals Kaohsiung, Taichung en Tainan.

Advertenties

Twee keer Gunma, hot springs en geen kerstgevoel

Het einde van 2015 is in zicht, en voordat we al 2016 binnengaan wil ik op zijn minst nog een blog post schrijven. Nu zullen sommigen van jullie al een tijd gewacht hebben, en anderen zullen herinnerd zijn aan het bestaan van mijn blog door een facebook update. In ieder geval, ik leef nog, en ik zal maar eens een selectie maken van de gebeurtenissen van de ruim anderhalve maand die sinds mijn laatste post verstreken is.

Zoals de titel al aangeeft, ben ik vorige maand en deze maand twee keer naar Gunma geweest. Gunma is een van de buurprefecturen van mijn prefectuur, Ibaraki. Mijn beste vriend op dit moment, Itaru (ik geef de naam maar vrij want hij zal vaker in mijn posts tevoorschijn komen), komt uit Gunma, en was bereidt om aan mij zijn geboorteplaats te laten zien, namelijk Shintoumura. Gunma prefectuur staat in Japan bekend om… helemaal niks waarschijnlijk. Het is niet echt een trekpleister voor toeristen, het landschap is gekenmerkt door veel boerderijen, bergen en grote department stores.

Toch wou ik graag naar Gunma, misschien juist om die leegheid eens te zien, dus op een gegeven zaterdag vetrokken ik en Itaru op ons tripje. We besloten om met de trein te gaan. Eerst gingen we met de trouwe Tsukuba Express naar Tokyo, want Itaru moest en zou daar “roast beef-don” eten, bij een of ander restaurant dat om dat gerecht de laatste tijd flink bekend is geworden. En dat hadden we geweten, want toen we aankwamen in de middag stond er al een flinke rij mensen te wachten. Het is nogal een Japans ding om in de rij te staan voor een restaurant, maar de foto’s die Itaru me bleef sturen van die roast beef-don maakten mij ook nieuwsschierig, dus hebben wij ons aangesloten.

Wat is roast beef-don dan? “Don” betekent in feite een kom rijst met een topping. In dit geval was de topping een werkelijke berg vlees en daarop nog een eitje. Ik weet niet of het een uur buiten wachten waard was, maar aangezien vlees echt een luxegoed is in Japan, was het eten van zo’n berg calorieën toch enigszins bevredigend.

Na die zware maaltijd stapten we weer de trein in, en nu gingen we door Tokyo, daarna door Saitama prefecture om uiteindelijk na een lange treinreis aan te komen in een of ander klein station in the middle of nowhere. Vergis je niet, Japan staat misschien bekend als een land dat hartstikke dichtbevolkt is, maar een groot deel van het land is toch echte “inaka” (platteland). De naam van het station ben ik vergeten, maar met twee perrons en een compleet duistere omgeving, slechts één station medewerker en ongeveer net zoveel treinen per uur, is dit toch het kleinste treinstation waar ik tot nu toe ben geweest.

De moeder van Itaru kwam ons ophalen, en bracht ons naar hun huis. Tijdens de rit keek ik onvermoeid uit het raam om iets van Gunma te zien, maar het was een grote duisternis, dus het beloofde aanzicht van spectaculaire bergen moest op zich laten wachten. Toen we thuis kwamen dropten we onze spullen, en vetrokken we meteen weer naar een van de weinige dingen Gunma wél bekend om is: onsen, oftewel hot springs. Itaru stal de auto van z’n ouders, vertrok met de handrem nog aan, en na een korte joyride kwamen we aan bij “rikyuu”, een gigantisch gebouw dat tegelijkertijd een hotel, restaurant en onsen is. Het bad van een onsen mag je pas ingaan als je je eerst gewassen hebt, dus voordat we konden beginnen moesten we ons eerst doorgrondig wassen. “Rikyuu” heeft meerdere baden, maar het beste was toch de “rotenburo”, een bad buiten, boven op het dak van het gebouw. Buiten is het koud, maar dat maakt het warme bad des te lekkerder en omdat Gunma zo donker is, is de nachthemel erg mooi.

Na een uur badderen terug naar huis, waar de vader en moeder hun eigengemaakte alcohol aan mij introduceerden. Ik weet niet (meer) wat voor alcohol het was, maar ze bleven maar inschenken en we sliepen die nacht erg laat… De volgende dag weer de auto genomen (lees: gejat) en een beetje willekeurig door Gunma gereden. Deze keer kon ik het landschap wel zien, en het is prachtig. Gunma ligt in tegenstelling tot Ibaraki niet aan een zee, en de puntige rotsen en besneeuwde bergtoppen geven het een nogal ruige indruk. Onderweg kwamen we ook een onbemand treinstation tegen: een betonnen plaat met een dak erboven. Het idee is dat je wat geld in een soort postbus stopt, dus het hele station is gebaseerd op het moraal van de reizigers. Misschien dat zoiets werkt in Japan, maar aangezien er in één dag waarschijnlijk slechts 20 mensen afstappen, denk ik niet dat zwart reizen een grote impact op Japan Railways zou hebben.

Onderweg kochten we een taart en gingen we naar de boerderij van de opa van Itaru, want die dag was zijn verjaardag. Daar een kopje thee gedronken en een groot pakket met eieren en rijst, verbouwd door de meneer zelf, gekregen. Tegen de avond gingen we naar Haruna-san, de berg achter het huis van Itaru. Haruna is een dode vulkaan, en ongeveer 1400 meter hoog. De auto bracht ons aan de rand van een meer, Haruna-ko, dat te vinden is op de top van de berg, want Haruna heeft een caldera. Het is best vreemd om een meer op de top van een berg te vinden. Aan het meer ligt dan een kleine berg, een van de toppen van Haruna, genaamd “Haruna-Fuji”. De reden voor deze naam is te vinden in de vorm van deze top, die veel weg heeft van Fuji, de bekendste berg van Japan. We keken wat rond bij het meer, waar het mede dankzij de hoogte vreselijk koud was, en besloten om maar eens terug te keren naar Tsukuba. Na diner met de ouders bij een of ander vreemd Italiaans restaurant, en 4 uur in de trein kon ik dan eindelijk weer slapen in mijn eigen kamer.

Nu dan de tweede tocht naar Gunma, die eigenlijk pas veel later plaatsvond, namelijk in het weekend van 26 en 27 december. Deze keer werd ik vergezeld door niet alleen Itaru, maar ook nog twee Chinese vriendinnen. Deze keer gingen we naar Gunma niet met de trein, maar met de auto. Itaru, die de vorige nacht flink gezopen had en slechts twee uur slaap achter de rug had, was niettemin onze “designated driver”. Auto gehuurd, en we vertrokken om 8 uur ’s ochtends uit Tsukuba, om een dikke vier uur later in Gunma aan te komen. Deze keer gingen we naar Tsukuba met voornamelijk één doel: om de beroemde onsen van Kusatsu te bezoeken. Kusatsu is waarschijnlijk het eerste en het enige ding waar Japanners aan denken als ze Gunma horen. Het dorpje met slechts 7000 inwoners bestaat eigenlijk alleen maar vanwege de natuurlijke warme water bronnen. We bezochten daar dan een onsen, die zeker niet zo groot was als “Rikyuu”, maar die wel bijzonder mooi in een rivier lag. De rivier was overdekt in een grote stoomwolk, en het warme water kwam zo de aarde uit. Die rivier was dan aan twee kanten afgedamd, zodat je lekker kon badderen zonder weggespoeld te worden. Buiten de vrij smerige geur van rotte eieren hadden we toch een comfortabele ervaring.

Die avond ging ik voor de tweede keer, en de twee Chinezen voor de eerste keer, weer naar Haruna-san. In Haruna was namelijk een “lightup”, het meer boven op de top en de berghellingen werden mooi verlicht, en naast het meer stonden meerdere stallingen voedsel te verkopen, in de echte sfeer van Japan. De vorige keer dat ik op Haruna stond was het al warm, maar deze keer was het donker, en verder in de winter, oftewel ronduit om van dood te vriezen. Het is ons toch gelukt die avond zonder al te veel problemen terug thuis te komen. Daar nog een “kersttaart” gegeten, gedronken, en een heel gezellige avond gehad. Op de volgende dag stond op het programma: safari. Eigenlijk was het een groot dierentuin waar de dieren vrij in konden rond lopen en waar je zelf in je auto kon rondrijden. Niet veel met cultuur te maken, maar het was zeker leuk. Daarop reed onze op dit moment toch extreem vermoeide chauffeur ons terug naar Tsukuba. Lof voor Itaru!

Nu kan ik nog wel een tijdje doorgaan met het schrijven van een samenvatting van al het leuks dat ik in deze afgelopen anderhalve maand heb gedaan, maar ik geloof toch niet dat dat hetgeen is dat men wil lezen hier. Hoe zijn deze laatste paar weken emotioneel geweest? Laat ik beginnen met te zeggen dat het kerstgevoel hier geheel absent is geweest. Tijdens kerstmis had ik gewoon toetsen, en hoewel de kerstsfeer enigszins te zien is in de warenhuizen heb ik nergens een kerstboom gezien. Verder ben ik toch druk geweest met studeren, want de afgelopen week was examenweek. De toetsen waren niet per se moeilijk, alhoewel ik nog geen cijfers binnen heb en ik niet zeker weet wat het gemiddelde is waar ik voor moet gaan. De laatste tijd is het in Japan steeds kouder, maar tegelijkertijd steeds zonniger. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat de winter in Japan zonniger is dan de zomer, buiten het feit dat het heel vroeg donker wordt. Vrijwel iedere dag wordt ik wakker met een staalblauwe hemel zichtbaar door mijn raam.

Wat is er verder veranderd ten opzichte van mijn vorige post? Nu ben ik eindelijk begonnen met een beetje fatsoenlijk zelf koken. Ik heb nu een koelkast, rijstkoker, pannen, bestek, al dat soort dingen. Tijd om zelf te koken in plaats van iedere dag uit eten. Verder ben ik van plan om in februari naar Taiwan te gaan, voor de terugreis naar Nederland. Ik heb van midden februari tot eind maart vrij, en in die periode zal ik eerste een week naar Taiwan gaan met een Chinese vriend, en daarna waarschijnlijk vier weken terug in Nederland. Nu weet ik dat jullie dan geen vakantie hebben, maar toch verwacht iedereen weer te zien!

Het probleem met zo’n blog is dat ik nooit echt het gevoel heb dat ik er een einde aan moet maken. Er is nog zo veel om over te schrijven, en het komt toch altijd neer op een selectie. Voor deze maand eindigt het in ieder geval hier. Ik wens iedereen alvast een gelukkig nieuwjaar! Wat ik met oud en nieuw zal doen is vooralsnog een mysterie, maar een invulling zal binnenkort wel ontstaan. Tot de volgende keer!

12299283_783974555059198_888275289792188558_n
Roast beef don!
12291320_784165625040091_3328812062057769953_o
Onze chauffeur, Itaru.
12304338_784165778373409_2064460644723222989_o
Uitzicht van de boerderij van Itaru’s opa.
12291282_784165795040074_5852357535613063653_o
Genomen vanaf Haruna-san
11232720_784165665040087_7692098842137826639_o
Ramen! Oorspronkelijk Chinees maar kan nu toch wel Japans eten genoemd worden.
12308207_784165735040080_5095751168436024525_o
Trein stopt bij het onbemande station.
12299121_783974408392546_3659393098121609421_n
Gigantische gerechten in een soort Italiaans restaurant. 3/2 meegenomen naar Tsukuba.
12316326_788393854617268_5736762110351148895_n
Tijdens een evenement van de Rotary club in Tsukuba.
12369184_790999561023364_6961181226939040817_n
Kleien hoofd dat ik gemaakt had tijdens de art class.
DSC_0795
De groep tijdens de tweede Gunma reis
DSC_0798
Warm water stroomt naar de onsen
DSC_0808
“sai no kawahara rotenburo” onsen
DSC_0809
Pas op voor beren!
DSC_0813
Centrum van het kleine dorpje, Kusatsu.
DSC_0875
Illumination bij Haruna-san

DSC_0877DSC_08591929026_168379206851507_5084991855639659158_n1927664_168378800184881_4535705506780994157_n1394789_168378626851565_3111116666320249949_n

1929026_168378570184904_3600260646481461124_n
Taart om toch nog een beetje een kerst/feest gevoel te hebben
384292_168378536851574_2564485314670200931_n
Zo ziet ontbijt eruit als je een Japanse moeder hebt
DSC_0892
Safari in Japan!

12440715_530679927094994_5650923917333231101_o12418991_530682387094748_8097853176460103405_o

12418811_530681607094826_4732223354226260430_o
Itaru nadat hij in zijn gezicht was gespuugd door “Hazuki”, het beest achter zich.

10155875_168378433518251_9075527748549779210_n12418963_530681933761460_8844718375484877338_o1470347_168377143518380_1533577840203232781_n1929642_168376926851735_6503544754441476659_n

Moeder’s eerste trip naar Japan, University Culture Festival, meer tijd met Chinees

Hallo iedereen, al meer dan een maand is verstreken sinds mijn laatste post. Ik zit nu ruim twee maanden in Japan, en ik begin me een beetje thuis te voelen. Met zo’n pauze van een maand is er natuurlijk veel te veel om over te schrijven, dus maak ik een selectie.

Natuurlijk, waar ik mee moet beginnen is de reis van mam naar Japan. Vanuit het verre Nederland, met een tussenstop in Istanboel, kwam ze op een bewolkte donderdag aan in Narita Airport, van waaruit ze met de bus uiteindelijk zou aankomen bij Tsukuba station. Na mijn lessen die ochtend ben ik naar haar toe gegaan en zag ik mijn moeder voor de eerste keer in anderhalve maand. Ook al klinkt dat niet als heel lang, ik had nog nooit zo lang mijn moeder niet gezien.

Allereerst hebben we de koffers naar het huis gebracht waar ze zou verblijven, een adres op ongeveer 15 minuten loopafstand van het station. De temperatuur was lekker, en ondanks de wolken bleef de regen uit, dus konden we redelijk comfortabel het huis bereiken. Geen hotel, maar bij iemand thuis bleef mam dus slapen, wat als voordelen heeft dat het goedkoop is en dat je een luxe kamer krijgt. Eerlijk gezegd, de eerste keer dat ik dat huis binnestapte moest ik toch even schrikken om de luxe. Een maand leven in Ichinoya hier heeft me misschien wat harder gemaakt. Mooie laminaat vloeren, meerdere kamers, een bad, een bank, allemaal dingen die ik zelden meer te zien krijg…

Anyways, koffers gedropt en naar Tsukuba centrum terug gegaan om daar samen te lunchen, voordat ik weer terug naar school moest voor wat lessen. Voor de lunch hadden we dan een “oyako-don”, een kom rijst met kip en een ei erop. “oya” betekent ouders, en “ko” betekent kind, wat dus op een nogal macabere manier de relatie tussen het ei en de kip uitdrukt. Buiten de miso soep, die mam toch echt niet lekker vindt, was het prima!

Welnu, wat heb ik in die anderhalve week dat ik samen zou zijn met mijn moeder zoal gedaan? In principe heb ik in werkdagen de avond samen gespendeerd, en in de twee weekenden die we hadden zijn we een keer naar Tsukuba-mountain en verder vooral naar Tokyo gegaan.

Allereerst, Tsukuba mountain dan. Hét symbool van Tsukuba moet toch wel Tsukuba mountain (Tsukuba-san in het Japans) zijn. Met zijn 877 meter zeker niet in de topklasse van Japan, maar toch een stuk hoger dan het Drielandenpunt. Nog een bijzonderheid van de berg is dat je duidelijk twee toppen hebt, namelijk het Mannelijke Lichaam (nantai, 871m) en het Vrouwelijke Lichaam (nyotai, 877m).

Tsukuba-san is door de prefectuur erkend als een heilige berg. Op de helling van de berg en op beide toppen zijn onderdelen van de Tsukuba-san schrijn te vinden. Vroeger, in het Oude Japan, kwamen boeren uit de buurt hier bijeen bovenop de berg tijdens de rustperiode van hun werk. Zij zouden dan samen dansen, zingen en soms zelfs vrijen. Dit deden zij hopende op een rijke oogst volgend jaar.

Verder, in “Hitachi no Kuni fudoki”, een boek met de topografie van Hitachi (gedeeltelijk hedendaags Ibaraki prefectuur) geschreven in 713, wordt ook Tsukuba-san genoemd. Volgens dat boek zou er ooit een god uit de hemelen gekomen zijn die, nadat hij een heleboel plaatsen had bezocht tijdens het oogstfestival uiteindelijk om een rustplaats gevraagd zou hebben aan de god van Mount Fuji. Echter, deze god weigerde omdat hij druk was met het oogstfestival, en ten einde raad ging de godheid naar Tsukuba-san, en vroeg daar om onderdak. Uit boosheid vervloekte de godheid overigens Mount Fuji, zodat de top altijd besneeuwd zou zijn, en zodat er nooit mensen op zouden kunnen klimmen, of dat er ooit voedsel zou zijn. De god van Tsukuba-san, ondanks het oogstfestival, gaf joviaal onderdak en eten aan de godheid, die uit dank de berg een populaire plek maakte voor de boeren om te feesten.

Wij hebben de berg niet echt beklommen, maar hebben gebruik gemaakt van de gemakken van deze tijd en zijn met de cable-car naar boven gegaan. Jammer genoeg was het nogal bewolkt die dag, en het uitzicht van boven was niet super. Echter, de prachtige herfstkleuren, die in Japan toch echt het bewonderen waard zijn, maakten de korte wandeltocht die wij hadden naar beide toppen toch zeker plezierig.

Naast Tsukuba hebben we in de weekenden nog een heleboel bezocht, waarvan ik maar even een kort overzicht zal geven, om dit verhaal niet al te lang te maken. In Tokyo zijn we geweest naar Ueno park, het Nationaal Museum van Tokyo, Tokyo Metropolitan Building, het Keizerlijk Paleis, de Kaminari poort en Sensouji tempel in Asakusa, de Meiji schrijn, etc, etc. Dan in Yokohama nog naar de Yokohama Chinatown, de Sankeien tuin en Kenta ontmoet, die vorige winter bij ons in Cadier en Keer bleef slapen. Ik zal beneden wat foto’s van het een en ander laten zien.

Laat er geen twijfel over wezen, Tokyo is en blijft een erg indrukwekkende stad. Het Tokyo Metropolitan Building biedt een mooi uitzicht van de stad, en is bovendien gratis en staat in het toch wel indrukwekkende financieële district, dus zeker een aanrader. We konden zelfs nét Mount Fuji zien, iets dat toch echt zeldzaam is. Al met al een leuke tijd gehad dus. Ook leuk was toen ik dan eindelijk aan moeder mijn armoedige onderkomen hier in Ichinoya lied zien, was dat we vriendelijk werden ontvangen door onze vriendelijke Afghaan hier met een lekker kopje thee, dat we dronken op zijn tapijt in de hal. Typisch Ichinoya dus.

Maar dit soort toeristische verhaaltjes, daar zit waarschijnlijk men niet op te wachten. Hoe doe ik het nou in mijn shinseikatsu, mijn nieuwe leven? Vergeleken met een maand geleden is er veel veranderd. Ten eerste, merk ik een soort shift in mijn vriendenkring. Hoewel ik in de eerste maand vooral omging met de andere exchange students spendeer ik nu het grootste deel van de dag met wat Japanse vrienden die ik gemaakt heb. Vooral met de mensen van de Japanse versie van de International Studies afdeling (afgekort: kokusai) , kan ik het goed vinden. Met een van die vrienden schiet ik zo goed op dat we misschien een apartement gaan delen, maar dat moeten we nog zien.

Verder, groot nieuws! Ik heb eindelijk een koelkast op mijn kamer! Nu hoef ik dus niet iedere ochtend vroeg uit bed om ontbijt te halen, maar kan ik genieten van yoghurt of zelfs een boterham met pindakaas! Avondeten is nogal willekeurig. Deze week twee keer om 11 uur ’s avonds gaan barbequeën met de meest primitieve bbq set die je je kunt voorstellen. Soms eet ik niks, soms eet ik twee keer per avond, dan eet ik één keer in mijn eigen kamer, waarop ik een bericht krijg van een vriend die speciale rijst van huis heeft die ik moet proberen, en dus volgt een tweede maaltijd. Kennelijk krijgen de Japanners hier van hun ouders grote zakken met hun vertrouwde rijst gestuurd.

Ichinoya bevalt mij in ieder geval zeer. Het is absoluut geen luxe onderkomen, maar het is spotgoedkoop (slechts 120 euro per maand!), en de community is top. De gebrekkige kamers en koude avonden die zeker zullen komen in de winter wegen niet af tegen de simpele doch lekkere kookpartijen, de gastvrije Japanners en buitenlanders, en de afgelegen maar groene omgeving. Ik heb dus na lang twijfelen besloten om na de lente in principe in mijn kamer te blijven. Het geld dat ik zo bespaar kan ik toch beter gebruiken om te reizen, of zoiets.

Ik kom dus steeds dichter bij de Japanners, iets dat erg belangrijk voor mij is, en een van de redenen dat ik hier gekomen ben. Echter, interessant genoeg vind ik mijzelf ook steeds vaker in de Chinese community, sinds ik een paar keer mee heb gedaan aan de Chinese corner evenementen. Mijn Chinees is verschrikkelijk, maar door me te omsingelen met Chinezen verbeter ik op zijn minst mijn luistervaardigheid. De Chinezen zijn in de omgang erg anders dan de Japanners, maar erg gezellige lui. In ieder geval, des te meer redenen om Chinees voort te zetten!

Als laatste, vorige week van vrijdag tot zondag was het dan zover, de culture festival (bunkasai) van onze eigen universiteit. Zoals jullie misschien hebben gelezen in een eerdere post, bunkasai is een traditie die bestaat in iedere school, en dus ook in de universiteit. Maar Tsukuba, met haar gigantische campus pakt wel echt uit, en de festiviteiten duren dus ook maarliefst drie dagen.

In een dag wordt de campus omgetoverd van een redelijk rustige leeromgeving tot een luidruchtige markt waar iedereen zijn producten schreeuwend staat te verkopen. Taiyaki (gevulde vis-vormige koek), okonomiyaki (soort Japanse pannenkoek), takoyaki (deegballetjes met inktvis), maar ook, frieten, hotdogs en suikerspinnen. Je kunt echt alles vinden. De stalletjes worden meestal gerund door circles (clubs van studenten in een universiteit), en er zijn werkelijk honderden. Niet alleen eten, de verpleegsters hadden een massage booth opgericht, die vooral populair was onder de mannen… De art studenten hadden een booth waar je je portret kon laten maken, en op het united stage kon je mensen zien dansen en zingen.

Ik zelf heb meegedaan aan het dragen van de Omikoshi. Een omikoshi is een draagbare schrijn. Het ding is vrij groot, en vooral ontzettend zwaar, en je moet die met zo’n 30 mensen dragen, oorspronkelijk om de godheid die zich binnen bevindt te entertainen. Onze groep was erg divers, Japanners, Chinezen, Koreanen en welgeteld één Nederlander hebben de last op zich genomen. Het regende nogal, maar dat wou de pret niet drukken. Het idee is om de omikoshi zo veel mogelijk te laten schommelen, en om met 30 man het ritme erin te houden, moesten we dus een soort lied leren. Het kwam uiteindelijk vooral neer op veel “yo-i shoh!” schreeuwen. Vergis je niet, zo’n schrijn is behoorlijk zwaar, zeker nadat we op het idee kwamen om er nog twee mensen op te zetten, dus terwijl ik dit typ doet mijn schouder nogal zeer.

En daarmee ga ik toch een eind maken aan deze post. Voor de mensen die tot hier hebben gelezen, gefeliciteerd! Ik zal proberen in het vervolg de tekst iets korter te houden. Tot de volgende keer!

Sankeien
Sankeien
Sankeien
Sankeien

Chinatown

Tsukuba-san Jinja Shrine of Mount Tsukuba
Tsukuba-san Jinja
Shrine of Mount Tsukuba
Natuur aan de voet van de berg
Natuur aan de voet van de berg
De cable-car, met de kids voor het raam.
De cable-car, met de kids voor het raam.
Een
Een “Jizo”, een godheid uit het Buddhisme. Google “Kshitigarbha” maar.
Uitzicht vanaf mount Tsukuba
Uitzicht vanaf mount Tsukuba
Hoofdgebouw van de Meiji Schrijn. Keizer Meiji, en de Meiji Restoratie zijn bepalend voor de Japanse geschiedenis geweest.
Hoofdgebouw van de Meiji Schrijn. Keizer Meiji, en de Meiji Restoratie zijn bepalend voor de Japanse geschiedenis geweest.
bruiloft in de Meiji schrijn
bruiloft in de Meiji schrijn
Kinderen in kimono bij de Meiji schrijn
Kinderen in kimono bij de Meiji schrijn
Kinderen in Kimono bij de Meiji schrijn
Kinderen in Kimono bij de Meiji schrijn
Skyline te zien vanuit het Keizerlijk paleis
Skyline te zien vanuit het Keizerlijk paleis
De Toshogu van Ueno. Een Toshogu is iedere schrijn die is opgericht aan Tokugawa Ieyasu, een van de grootste Shogun van Japan.
De Toshogu van Ueno. Een Toshogu is iedere schrijn die is opgericht aan Tokugawa Ieyasu, een van de grootste Shogun van Japan.
Asakusa, Nakamise-doori
Asakusa, Nakamise-doori
Asakusa
Asakusa
Tokyo Sky Tree
Tokyo Sky Tree
Sankeien, Japanse tuin in Yokohama
Sankeien, Japanse tuin in Yokohama
Westers eten in een Japanse tuin
Westers eten in een Japanse tuin
Chinatown
Chinatown
Chinatown in Yokohama, de grootste in Japan.
Chinatown in Yokohama, de grootste in Japan.
Chinatown, een tempel
Chinatown, een tempel
Chinatown, een tempel
Chinatown, een tempel

Entrance ceremony, eindelijk wat lessen, Hanabi Taikai!

Ziezo, bijna een maand in Japan. Eindelijk begint er een beetje regelmaat in mijn leven te komen, en ook de universiteit is nu eindelijk officieel begonnen. Er zijn ongeveer twee weken verstreken sinds mijn laatste post, dus er is veel om over te schrijven. Laten we maar beginnen.

Vorige week vrijdag hadden we met de hele G30 social sciences groep een bus tour naar de stad Kasama, ongeveer twee uur rijden vanuit Tsukuba. Kasama staat in Japan bekend gedeeltelijk om haar aardewerk. Voor ons was er dus ook een workshop. In een mooie werkplaats kregen we allemaal onze eigen “aardwerkmachine” en mochten we 3 objecten maken, waarvan er één uiteindelijk gebakken zou worden.

Zo’n draaiend stuk klei bewerken leek mij aanvankelijk wel makkelijk, maar het is verrassend moeilijk. Uiteindelijk is het me gelukt om toch nog één redelijk uitziend kommetje te maken (als student zijn kommetjes handig dus daar ging ik voor). Over een paar dagen zullen we ons product waarschijnlijk krijgen. Ik ben benieuwd.

Na de workshop gingen we naar de Inari schrijn van Kasama. Inari is de vossengod in Shintoïsme. Inari is een van de meest belangrijke goden in het Shintoïsme, en staat onder andere voor de rijst, vruchtbaarheid, landbouw, etc. Bij de schrijn hebben we allemaal een wens gedaan en hebben sommigen ook nog een “omikuji” lot gekocht. In feite koop je een rolletje papier waarop jouw geluk geschreven staat. Er zijn verschillende niveaus, waarvan “daikichi” (great fortune) de beste is. Een paar mensen hadden die! Trouwens, als je een slechte trekt, geen zorgen! Je kunt die namelijk aan een rek in de schrijn vastbinden en voor het beste hopen…

Anyways, de 30e was het dan eindelijk zo ver: de entrance ceremony. Strak in het pak gingen ik en mijn maten naar een van de aula’s van de universiteit. Na wat foto’s kregen we begon de ceremonie dan eindelijk. En zoals we al konden verwachten van Japan, was het allemaal een zeer formele aangelegenheid. Het schoolhoofd en de provoosten kwamen binnen en we werden allemaal opgeroepen om een buiging te doen. Ze gingen allemaal op een rijtje zitten met een grote Japanse vlag en een vlag van Tsukuba op de achtergrond. Na een speech van het schoolhoofd en een introductie van alle provoosten kregen we ook nog een korte voorstelling van het cheerleader team van Tsukuba.

En de volgende dag konden we dan eindelijk beginnen met lessen. Alhoewel, de eerste les was tennis, dus niet echt academisch. Bij tennis zat ik met 2 andere internationale studenten in een groep van zo’n 40 Japanners, en de les was ook volkomen in het Japans. Later die dag had ik nog de les “Social International Studies 1”, dat voornamelijk ging over internationale wetgeving. Deze les was erg interessant!

De dag erna, de tweede dag met lessen dus, had ik een vol programma. In Tsukuba duurt iedere les 1,5 uur, en ik had er 5. Een daarvan was een les compleet in het Japans, over 21e eeuw China. Het leuke van die les is dat iedere week een ander persoon voor de klas staat, en iedereen heeft iets met China. Door naar hun verhalen te luisteren krijg je een beeld van hoe de politiek en de economie in China werkt. Ik heb nu al zin in de volgende les!

Zaterdag (gisteren dus) ben ik samen met wat vrienden dan naar een van de grootste vuurwerkshows (= hanabi taikai) in Japan gegaan: de Tsuchiura Zenkoku Hanabi Kyougi Taikai (Tsuchiura nationale vuurwerk wedstrijd show). Met maar liefst 700000 (!) mensen zijn we gaan kijken. Gelukkig is het voor ons Tsukuba-residenten slechts een uurtje met de fiets, dus hadden we niets te maken met de chaos die zeker is ontstaan bij de bussen en treinen.

Na een klein uurtje fietsen moesten hebben we onze fiets in de buurt geparkeerd, en zijn we met de mensenmassa meegelopen. Na een tijdje worden de straten gevuld met “yatai”(= kraampjes), die allemaal heerlijke festival snacks verkochten: okonomiyaki (Japanse pizza/pannenkoek?), octopus-spiesjes, yakitori, noem maar op. Wij moesten in ieder geval een plek vinden om te zitten. Uiteindelijk maar midden in een rijstveld op wat stro gaan zitten, en de show kon beginnen.

En tjonge jonge, wat een show was dat. Zoals de naam al doet vermoeden, is deze vuurwerkshow bijzonder omdat het een wedstrijd is tussen verschillende vuurwerk-fabrikanten. Dit betekent dat iedereen elkaar probeert te overtreffen, wat voor ons weer een fantastische show betekent. Ook duurde deze lang: van 18:00 tot 20:30 (!). Nog nooit zoveel vuurwerk gezien! Midden in een rijstveld, kijken naar vuurwerk en rijstballen en weetikveelwat eten, echt een top avond gehad. Daarna weer een uurtje terug fietsen (echt blij dat wij niet het openbaar vervoer hadden gekozen), en na een gezellige afterparty bij iemand thuis om 3 uur gaan slapen.

Dat brengt me dan bij deze zondag. Ik bedenk me nu dat ik bijna een maand in Japan zit. Ik denk dat het te vroeg is om te zeggen dat het begint te wennen, maar het is zeker dat er langzamerhand enige rust in mijn leven is teruggekeerd. De meeste formulieren zijn ingevuld, en nu kan ik na toch wel een ruime 4 maanden weer eens gaan studeren! In Tsukuba moet je zelf je rooster maken, en heb je dus volkomen vrijheid in welke lessen je wilt volgen. Ik heb me opgegeven voor een mix English-taught classes en Japanese-taught classes. Verder heb ik een mailtje gestuurd naar de “picnic tennis club”, en ben ik nu lid van de “omochi language club”, dus ook buiten studeren heb ik genoeg te doen. Ook nog meer bijzonder nieuws, een van de leraren Japans heeft mij uitgenodigd voor zijn research group omdat hij nieuwsgierig is naar hoe ik Japans spreek en hoe ik het gestudeerd heb, ik ben benieuwd!

Ziezo, zoals altijd zijn er nog massa’s dingen die nog niet geschreven staan, maar er moet toch een einde aan komen. Tot de volgende keer!

werkplaats aardewerk
werkplaats aardewerk
duur!
duur!
Inari!
Inari!
Handen wassen voor je de schrijn betreed.
Handen wassen voor je de schrijn betreed.

IMG_20150925_131511

"Japans stokbrood" (traditionele snack)
“Japans stokbrood” (traditionele snack)
Top diner in Ichinoya...
Top diner in Ichinoya…
Entrance of Entrance Ceremony
Entrance of Entrance Ceremony
Speech van schoolhoofd
Speech van schoolhoofd

IMG_20150930_111602

Shabu Shabu~
Shabu Shabu~
The School of Social and International Sciences
The School of Social and International Sciences
Yatai!
Yatai!

IMG_20151003_172553 DSC_0543 DSC_0522 DSC_0488

Pret in Tokyo, weinig lessen en Culture Festival (bunkasai)

Hallo iedereen, tijd voor een update!

Vorige week maandag (14e) had ik mijn eerste les: “Principles of English I”. Zoals de naam al doet vermoeden, zijn dit lessen Engels waarvan het niveau redelijk laag is. Sterker nog, het leek erop dat de leraar meer zin had in het onderwijzen van Sign Language (American Sign Language en Japanese Sign Language) dan echt Engels, dus de lessen waren nogal saai, en daar kwam nog bij dat het van 8:40 tot 18:00 duurde. Veel te lang dus!!!

De lessen Engels neem ik samen met alle andere internationale studenten. Het viel me op dat de mensen van Social Studies over het algemeen veel beter Engels spraken dan de mensen van environmental sciences of biology, etc. Ook is bij ons de diversiteit groter, bij de andere studies zijn een groot deel Indonesiërs. In ieder geval, ik en een paar studiegenoten verveelden ons verschrikkelijk.

Gelukkig heb ik van het begin af aan al de optie gekregen om de Engelse lessen niet te nemen omdat mijn Engels kennelijk “native level” is. (dat is het niet, maar goed) Na die eerste dag dus meteen naar het G30 office gegaan en me afgemeld voor verdere lessen Engels. Echter, ik moet een 2e taal nemen (buiten Japans), dus nu ga ik waarschijnlijk in plaats van Engels Chinees nemen, dat alleen wordt gegeven in Japans. Dat wordt een uitdaging dus!

Dat brengt me naar het volgende onderwerp: de lessen Japans. Dinsdag had ik mijn eerste les Japans, en het begon met een placement test. Kennelijk is die goed gegaan want ik heb zelfs vrijstelling gekregen voor lessen Japans, iets dat verder maar één persoon gelukt is (een half Japanner die opgegroeid is in Hiroshima). Dit was vreemd want er zijn mensen in mijn studie die zo goed als vloeiend Japans spreken, en de leraar Japans zei ook dat dit hoogst uitzonderlijk was. Het probleem is echter, hoe ga ik nu die credits vangen?

Voor de eerste paar weken totdat het schooljaar echt begint (30e) krijg ik in ieder geval een vervangende opdracht: schrijf (in het Japans) 10 pagina’s over je ervaringen in Tsukuba of Tokyo. Oftewel, ga naar Tokyo of Tsukuba, doe wat leuke dingen en schrijf erover. Heerlijk! Na de 30e ga ik waarschijnlijk een vak nemen dat gegeven wordt in het Japans, misschien Japanse geschiedenis of “Kobun” (klassiek Japans), en op die manier kan ik de credits toch krijgen. Deze week heb ik dus verder helemaal geen lessen gehad, omdat ik dus ben vrijgesteld voor zowel Engels en Japans (als enige van heel G30!)

Zaterdag ben ik naar Tokyo gegaan, omdat een vriend van een vriend op haar middelbare school een “Culture Festival” (bunkasai) had en ik was gevraagd om eens te komen kijken. Elke middelbare school in Japan heeft jaarlijks een culture festival, en de school is dan open voor iedereen. Iedere klas doet zijn eigen ding, sommigen klassen verbouwen hun klaslokaal om tot een spookhuis, labyrint, andere maken hamburgers, weer een andere klas toont hun kalligrafie, buiten dansen de cheerleaders en noem maar op. Ik ben met een paar vrienden van de universiteit gegaan en het was me toch hectisch. De Japanse scholieren keken nogal vreemd op van een groep buitenlanders die ineens naar hun school kwamen, maar het was lachen. Het labyrint en spookhuis, ze hadden het lokaal helemaal afgeplakt en een doolhof gemaakt met hun bureaus. Als lange Nederlander heb ik mijn knieën kapot gemaakt en ben ik er nog net levend uit gekomen. Hopelijk niet al te veel schade aangericht aan hun bouwwerk…

Na die flinke fysieke beproeving Koreaans gaan eten met een andere vriend in Shin-Okubo, in de buurt van het beroemde Shinjuku in Tokyo. Shin-Okubo staat bekend om de Koreaanse restaurants, en ik heb genoten van mijn eerste Koreaanse maaltijd in mijn leven.

Na het eten naar Shinjuku gegaan, en tjonge jonge was is Tokyo to grootschalig zeg. Ik kan nog steeds niet bevatten hoe groot dat Tokyo nou is. We gingen naar het Tokyo Metropolitan Government Building, waar je gratis naar de 45e verdieping kan gaan en kan genieten van het uitzicht. Net zoals twee jaar geleden toen ik op de Tokyo Sky Tree stond, was ook deze keer het uitzicht ongelofelijk. Bijna eng als je realiseert hoe gigantisch Tokyo is. Als Nederlander is het maar moeilijk te bevatten.

Dan nog een paar vreemde ervaringen: toen ik laatst terugkwam was een van mijn verdiepinggenoten uit Eritrea aan het koken, en hij vroeg me om het te proeven. Het was kip, en volgens hem moest ik niet alleen het vlees eten maar het kippenbot kapot bijten en het beenmerg eruit zuigen. Het was best lekker! Bijzonder!

Ook was er gisteren hier op de verdieping een of ander feest van mijn over-over-over buurman, uit Afghanistan. Toen ik hier kwam zaten een stuk of twintig Afghanen, Irakezen en weet ik veel wat op een groot tapijt gezellig te eten in de gang. Ze hadden zoveel eten! Niet te geloven dat ze dat allemaal klaargemaakt hebben in dat kleine keukentje… Vriendelijke lui!

… ziezo, dat was het dan voor vandaag. Straks een voetbalwedstrijd met de “soccer circle”!

DSC_0252 DSC_0278 DSC_0280 DSC_0282 DSC_0284 DSC_0294 DSC_0308 DSC_0319 DSC_0321 DSC_0325 DSC_0326 DSC_0327 DSC_0328 DSC_0329

IMG_20150919_125255DSC_0341DSC_0347DSC_0351DSC_0368DSC_0375DSC_0401DSC_0406DSC_0409IMG_20150919_141302

IMG_20150920_184026

学生は大変だけど楽しい(Ook foto’s omgeving campus en Tokyo)

皆さんこんにちは。久々に日本語の投稿になります!まもなく日本に来てから一週間が経ちます。本当に、なんという一週目だったんですね。台風で近くが洪水になっていたり、地震で真夜中に起きたり、キッチンでゴキブリが何百匹も死んでいたりして、本当にいろいろ大変な一週間でした。でもそれと同時に、日本人や様々な国の人と友達になったり、先輩と飲み会に行ったり、田舎というまた新しい日本を見たりして、本当に楽しい一週間でもありました。

初体験の地震はとりあえず本当に怖かったです。正直にいうと、前は地震体験を楽しみにしていたけど、やっぱり怖いですね。全部が揺れていて、身を動かせなかった。そろそろ非常用持ち出し袋を用意しようと思います。

台風は去年日本に来たときにも経験しましたが、月曜日と火曜日の豪雨はそれでも特別にひどかったでしょう。オランダでも鬼怒川の洪水が報じられているようで、家族は非常に心配でした。自衛隊のヘリも何機も見かけてます。大変ですね。

宿舎は筑波大学の一の矢というところで、おそらくキャンパスの宿舎で一番汚くて、安いところでしょう。キャンパスの一番北の方にあって、ショッピングセンター、コンビニなどといった便利な場所からずいぶん離れています。幸い、自転車をさっそく購入しました。日本一広いだけあって、キャンパスは相当広いです ね。迷うことなく移動できるように頑張らないと!

また、当たり前のことですが、やっぱり去年来たときと比べて今回はもうちょっと日本語が喋れている気がします。日本語の勉強が報われて、達成感が強いです ね。事実、日本語が喋れなくてもこの学部は入れると言われましたが、チューターも日本人で先生も英語より日本語が喋れるようなので、日本語をまったく喋れないままここに来る人は大変そうです。が、日本語を少し喋れる私でも、口座開設、住民登録、入居手続きなど、日本人のチューターが本当に必要ですね。 チューターが優しい人でよかったです。

これから筑波大学キャンパスやその周辺の写真を何枚か入れていきます。これは昨日の朝、久々に晴れた日に自転車で出かけて撮った写真です。今回は田舎編、次回は都市編! あと、昨日東京で友達に会ったのでその写真も載せてみます!オランダ人の友達にも見てもらいたいから写真の説明はオランダ語で。

今住んでる宿舎、一の矢。 Hier woon ik, Ichi-no-ya.
今住んでる宿舎、一の矢。
Hier woon ik, Ichi-no-ya.
キャンパスは庭園・公園だらけというより、キャンパス自体が公園で中にビルが建っている。 De campus zelf is eerder een park.
キャンパスは庭園・公園だらけというより、キャンパス自体が公園で中にビルが建っている。
De campus zelf is eerder een park.

DSC_0152 DSC_0153 DSC_0154 DSC_0155 DSC_0158

Er zijn heel veel tennis courts, ook waar ik woon, ichi-no-ya. Misschien dat ik maar weer eens ga tennissen. テニスコートが多いですね。宿舎にもいくつかあるから、またテニスに挑戦してみようかな
Er zijn heel veel tennis courts, ook waar ik woon, ichi-no-ya. Misschien dat ik maar weer eens ga tennissen.
テニスコートが多いですね。宿舎にもいくつかあるから、またテニスに挑戦してみようかな

DSC_0164

筑波山!残念なことに曇っていました! Tsukuba-san, 950m hoge berg. Jammer genoeg is de top bewolkt.
筑波山!残念なことに曇っていました!
Tsukuba-san, 950m hoge berg. Jammer genoeg is de top bewolkt.

DSC_0172

De
De “Inaka” (platteland) van Japan. Interessante combi van een traditioneel dak en een moderner huis.

DSC_0182 DSC_0185 DSC_0188

これはなんですか?? Ik weet niet wat dit is...
これはなんですか??
Ik weet niet wat dit is…

DSC_0217 DSC_0220

Tokyo!
Tokyo!
友達と長崎ちゃんぽんにて(笑) Nagasaki-chanpon.
友達と長崎ちゃんぽんにて(笑)
Nagasaki-chanpon.
OMG purikura! Je kunt jezelf in een monster veranderen voor een paar honderd yen! 数百円で化け物になれます!素晴らしい!
OMG purikura! Je kunt jezelf in een monster veranderen voor een paar honderd yen!
数百円で化け物になれます!素晴らしい!

1e week Japan: aardbeving, tyfoon en nomikai

1e week Japan: aardbeving, tyfoon en nomikai

Het is nu 7 uur ’s ochtends. Om 5:52 was er een redelijk grote aardbeving waardoor ik wakker werd, en nu kan ik niet meer slapen dus ga ik maar beginnen aan een blog post. Misschien val ik intussen wel in slaap. Het epicentrum was Tokyo Bay, en 5,3 op de schaal van Richter. Voor mij duurden de trillingen ongeveer een halve minuut, en het was zeer duidelijk te voelen. Je hele wereld staat te schudden, en ik stond aan de grond genageld. Ik zie nu ook wat berichten van Japanners in Tokyo die ook wakker zijn geworden, daar zijn de trillingen waarschijnlijk heftiger geweest.

Verder, degenen onder jullie die de laatste tijd het nieuws in de gaten hebben gehouden hebben misschien gehoord van de overstromingen in Japan vanwege Typhoon Etau. De rivier Kinu (Kinugawa) is overstroomd en er zijn complete huizen weggestroomd. Op dit moment worden er kennelijk nog 23 mensen vermist.

http://nos.nl/artikel/2057083-japan-zoekt-slachtoffers-van-overstromingen.html

Waar dit allemaal gebeurt is dichtbij. Ik woon in de buurt van Mount Tsukuba, en aan de andere kant ligt die rivier. Ook vliegen er nu al 3 dagen de hele tijd leger helikopters over, waarschijnlijk om mensen te gaan zoeken. Nog nooit zoveel helikopters gezien.

Zelf hier in Tsukuba hebben we ook veel last van de extreme regenval. De wegen zijn grotendeels overstroomd. De laatste paar dagen zat ik vrijwel vast in mijn kamer omdat je door de regen niet echt naar buiten kon. Ik heb het een paar keer geprobeerd, met mijn paraplu in één hand op de fiets, en ik kan het niet aanraden. Verder blijft de temperatuur wel nog een ruime 26 graden, dus de luchtvochtigheid is erg hoog. Ik had wat papieren op mijn bureau liggen, na een dag waren die dus gewoon nat door de luchtvochtigheid. Kleren drogen natuurlijk ook niet, dus ik heb veel gebruik gemaakt van de droger hier. Wat ook wel bijzonder was, omdat het weer in Tsukuba zo slecht was gingen er waarschuwingen uit voor modderstromen en zo. Wat er dan gebeurt is dat iedereen op zijn mobiel een waarschuwing krijgt. Soms had ik dus dat ik in de bus zat en dat ineens alle mobieltjes van iedereen af gingen.

Gelukkig is gisternacht de tyfoon overgevlogen, en na regen komt zonneschijn, zeker in het geval van eeen typhoon. Het weer na een typhoon is altijd prachtig. Geen wolkje aan de lucht, een zachte wind en een kleine 30 graden. En daar hebben wij Tsukuba studenten van genoten. Gisteren was de G30 welcome party. Een tafel vol met “Karaage” (gefrituurde kip) stond daar op ons te wachten, maar na 20:00 waren mijn senpai en ik nog niet echt klaar met feesten, dus in true Tsukuba fashion hebben we een “nomikai” (nomi = drinken, kai = feestje) “geörganiseerd”. Na wat rondvragen zijn we uiteindelijk met zo’n 14 mensen, een mix van Japanse studenten en G30 studenten, naar de “izakaya”(Japans bar) gegaan.

Mijn senpai en tutor, “Naoto”, woont al 6 jaar in Tsukuba en heeft iedere Izakaya wel een keer van binnen gezien. Deze keer gingen we voor een “nomi-houdai”(unlimited drinken voor 1,5 uur, 1500 yen). Na wat flink wat Kinmugi bier, “Obama’s” en whisky was ik al redelijk duizelig, maar de Japanse studenten (voornamelijk meerderejaars) waren er erger aan toe. Toch nog op een of andere manier terug gekomen op de fiets na wat omwegen.

Het lukt me dus goed om vrienden te maken hier. Wat ik erg leuk vind aan het leven hier tot nu toe, is dat ik vrienden maak met mensen uit de hele wereld. Ik heb nu vrienden uit Japan, China, Maleisië, Italië, Amerika, Thailand, Griekenland en noem maar op. Het is erg interessant om met hen te praten over hoe hun leven was voordat ze naar Japan kwamen.

Verder heb ik gisteren de eerste oriëntatie gehad voor dit semester. Ik heb een zware tas vol met informatie gekregen. In ieder geval een zwaar boek van A4 formaat met ruim 700 bladzijdes, vol met alle lessen die er zijn. Genoeg te kiezen dus. Verder nog een dik boek vol met alle clubs die er zijn, en je kunt werkelijk alles vinden. Softball, Aikidou, de Magic Club (?), de A capella club, echt alles.

Achterin dit boekje staat het officiële lied van de universiteit (scholen en uni’s in Japan hebben vaak hun eigen officiële lied), met nog wat andere liedjes, zoals het “studenten aanmoedigingslied”, het “vlaggenhijslied”, en “imagine the future/Mirai wo omoe”.

In ieder geval, opnieuw genoeg te kiezen/zingen!

Oké, vandaag ga ik naar Tokyo om wat vrienden te ontmoeten, en ik hoop daarvoor toch nog wat slaap te vangen. Tot de volgende post!

Izakaya
Izakaya
Binnen
Binnen
Links, mijn personal tutor en senpai, Naoto. (sowieso knapste tutor ooit), en zijn nieuwe echtgenoot Pedro.
Links, mijn personal tutor en senpai, Naoto (sowieso knapste tutor ooit), en zijn nieuwe echtgenoot Pedro.
Rechts, Hiroki-san, andere senpai die me maandag de campus en studentenwijk heeft laten zien. Bedankt!
Rechts, Hiroki-san, andere senpai die me maandag de campus en studentenwijk heeft laten zien. Bedankt!
konbini-voedsel. Kost niks
konbini-voedsel. Kost niks
Snoepjes gekregen van vrienden. De twee doosjes boven zijn
Snoepjes gekregen van vrienden. De twee doosjes boven zijn “mochi”, traditioneel Japans snoep.
Aardbeving van vanochtend.
Aardbeving van vanochtend.
dikke tas
dikke tas
zwaar boek met lessen
zwaar boek met lessen
Gentleman!
Gentlemen!
studentenaanmoedigingslied...
studentenaanmoedigingslied…

De tweede dag in Japan

Zo, eindelijk tijd om eens een blog te schrijven. Terwijl ik hier schrijf is het 21:00 in Japan.

Ik zal eerst maar even schrijven hoe het vervoer was verlopen. Zondag (6 september) vertrok ik om zeven uur ’s ochtends naar Utrecht, want daar gingen we eerst mijn broertje Tim ophalen, die ook net is begonnen in Utrecht aan zijn studie. Daarna naar Schiphol. Ik zou met Aeroflot vliegen, met een 1,5 uur tussenstop in Moskou. Echter, bij het in-checken bleek dat door slecht weer dit vliegtuig later in Schiphol zou aankomen, en ik daardoor mijn connecting flight niet zou halen.

Gelukkig heeft Aeroflot dit mooi opgelost door mij op een KLM vlucht te zetten die zelfs in één keer naar Japan vliegt. Normaal zijn tickets van KLM ruim 300 euro duurder dan Aeroflot, dus eigenlijk heb ik gewoon dik geluk gehad. Ik kwam dus ook eerder aan in Narita Airport, om 8:30. Daarna op de bus gestapt en 2 uur later kwam ik aan op het station van Tsukuba. Hierna werd ik opgehaald door de invaller van mijn tutor en een leraar (?) met de auto. Zij brachten mij naar mijn apartementencomplex, Ichinoya. (Tsukuba heeft 4 complexen, Ichinoya, Kasuga, Oikoshi en Hirasuna. In principe is Ichinoya het meest goedkoop, oudst en verst van de winkels).

Mijn persoonlijke tutor kon niet komen vanwege werk of zoiets, maar mijn invaller, Hiroki, heeft me alles laten zien. Eerst wat documenten ingevuld, en daarna liet hij me zien hoe ik het afval moest scheiden, hoe ik door het elektronische slot heen kom, waar ik boodschappen kan doen, etc.

Gelukkig spreek ik Japans, anders zou die uitleg moeilijk zijn gegaan denk ik. Hiroki is mijn “senpai”, mijn “meerdere”, dus moet ik als ik met hem spreek beleefde vormen gebruiken en hem “Itou-san”, of omdat hij het liever heeft, “Hiroki-san” noemen.

In ieder geval, na al dat reizen, en de voortgaande slapeloze nachten (naar Japan verhuizen is toch spannend) was ik echt dood en doodmoe, dus meteen gaan slapen. ’s Avonds ben ik naar het dichtsbijzijnde winkelcentrum gelopen en heb ik daar wat boodschappen gedaan en wat gegeten in het restaurant “wara-wara”, wat “lach-lach” betekent…

Even over Tsukuba, wat voor stad het is. Het staat vol en vol met bomen. Het is eerder een stad in een park dan een park in een stad. Verder, de campus van Tsukuba University is enorm, echt enorm. Lopend doe ik er een uur over om er doorheen te komen en ik heb het gevoel dat ik dan nog steeds maar een fractie van de gebouwen zie. Het is de grootste campus van Japan, en dat merk je ook. Het werd meteen pijnlijk duidelijk dat ik een fiets nodig had, anders kwam ik nergens.

Na het restaurant ben ik weer in de regen terug gaan lopen. De typhoons en stormen komen langs dus het regent in principe de hele dag. Na een paar keer verdwaald raken kwam ik dan om 1 uur ’s nachts einelijk aan in mijn kamer. Ik had in de middag even een uurtje geslapen, maar ik was opnieuw dood en dood moe.

Toen ik aankwam in mijn flat werd ik vriendelijk begroet door “Abwul”(?), uit Afghanistan. Hij was ontzettend aardig, en heeft me alles laten zien en heeft me ook geholpen met mijn internet probleem, en ik mag zijn rijstkoker gebruiken. Toen kwam ook nog “Edoui”(?), uit Eritrea, die mij nog vertelde dat ik zijn fiets mocht gebruiken. Hartstikke aardige mensen hier, al heb ik wel het gevoel dat mijn flat vooral andere buitenlandse studenten bevat (de flats hiernaast zitten echter vol met Japanners)

Die nacht nog even bij de convenience store van mijn wijk wat eten gekocht (ichinoya heeft een kapper, convenience store en een elektronica winkel). Daarna om ongeveer 3 uur, na wat Skypen met pa en ma, ben ik gaan slapen. Ik denk dat het kwam omdat ik moe was, maar ik werd pas om 4 uur ’s middags weer wakker! Gelukkig had ik niks gepland staan…

Die dag (tweede dag, dinsdag) weer in de stromende regen met mijn paraplu 1 uur gelopen naar het winkelcentrum, en daar meteen een fiets aangeschaft. Toen ik weer naar buiten kwam was het verassend droog, en kon ik lekker, snel deze keer, terug naar mijn kamer. Onderweg bij de convenience store (vanaf nu, “konbini”) wat eten gekocht, en terug in mijn kamer.

Mijn kamer is redelijk schoon, en niet al te klein, of in ieder geval groter dan mijn kamer thuis die ik met Tim moest delen. Niet slecht dus. Ik moet wel oppassen met dit weer, want met deze luchtvochtigheid ben ik bang dat ik straks algen aan de muur krijg of zoiets. Ik heb een bed, bureau en een wasbak. Verder kan het raam open en zit er een muggengaas ingebouwd, dus prima. Op mijn matras ligt een futon, die ik gratis kan huren en die 3 keer per maand gratis kan ingeruild worden voor een schone.

Je kunt
Je kunt “Tsukuba” zien.
Eindelijk!!!
Eindelijk!!!
Raket van Tsukuba. Een onderzoekskantoor van JAXA (Japan Aerospace Exploration Agency) is hier gevestigd.
Raket van Tsukuba. Een onderzoekskantoor van JAXA (Japan Aerospace Exploration Agency) is hier gevestigd.
Dit heb ik gegeten bij het restaurant
Dit heb ik gegeten bij het restaurant “wara wara”. Het heet “omusoba” (van omuretsu = omelet en soba = boekweit noedels). Een omelet gevuld met noedels dus. Lekker!
Eindelijk! Een fiets! Heerlijk 3 versnellingen, compleet metaal en een mandje op de voorkant, heeft iedereen hier.
Eindelijk! Een fiets! Heerlijk 3 versnellingen, compleet metaal en een mandje op de voorkant, heeft iedereen hier.
De hal voor mijn kamer, met de keuken en gewoon een lege ruimte.
De hal voor mijn kamer, met de keuken en gewoon een lege ruimte.
Mijn kamer
Mijn kamer
Futon op mijn bed
Futon op mijn bed
Eten van de konbini: noedels met een eitje en vlees, onigiri (rijstbal met in dit geval gebakken varkensvlees met gember en mayonaise), en een... pannekoek?
Eten van de konbini: noedels met een eitje en vlees, onigiri (rijstbal met in dit geval gebakken varkensvlees met gember en mayonaise), en een… pannekoek?
Blokken hout gekocht voor onder de poten van het bed, waardoor je nét wat meer ruimte krijgt. (Tsukuba pro-tip)
Blokken hout gekocht voor onder de poten van het bed, waardoor je nét wat meer ruimte krijgt. (Tsukuba pro-tip)
Alle reclame dit in mijn postbus zat. Kennelijk had de vorige inwoner geen interesse...
Alle reclame dit in mijn postbus zat. Kennelijk had de vorige inwoner geen interesse…

En met dat spannende verhaal ga ik denk ik een einde maken aan mijn post. Morgen moet ik om half tien een “English placement test” nemen, en ga ik met mijn tutor (deze keer hopelijk mijn echte tutor, “Saitou-san”) een bankrekening openen. Overmorgen heb ik me aangemeld voor een sushi-workshop of zoiets, ben benieuwd.

Alright, tot de volgende keer! Ik ga slapen, oyasumi! (welterusten)

準備万端!

皆さんこんにちは

待ちに待った日がやっと到来しました!出発準備万端、いままで使っていた自分の部屋が不気味に空っぽになっている。数日後にどんな暮らしをするのだろう、そう思うとわくわうせずにはいられません。緊張のあまり最近は眠れない夜ばかりですが、眠いほうが機内で寝られそうだから、大して気にしません。こんなに楽しみにしていたことがいよいよ現実になって、変な気分ですね。楽しみにしていて、この夏休みはあっという間に終わってしまいました。

明日、朝7時に故郷を後にして、親と少なくとも弟の一人と一緒にスキポール空港に向かいます。もう一人の弟は今週月曜日に大学に入学して、彼とはそのときに別れました。が、時間があればスキポールに会いに来てくれるらしいです。

モスクワに一旦降りてから遠い日本へ。翌日月曜日の朝10時、成田空港に到着。そこからバスでつくば駅に行って、筑波大学の方が駅に迎えに来てくれます。宿舎を案内してもらったあと、基本的に暇ですね。とりあえずエリア探索しようと思っています。

なんにせよ日常生活が一変するに違いない。オランダにいる友達や家族を離れて悲しい一方、日本人の友達に近づけて嬉しい。また、そういった日本人の友達には、これを機会に言いたいのですが、私に日本語を教えて、日本のいろいろなところを見せてくれたみなさんに感謝しています。少し日本語が喋れるのも、日本に行けるのも皆さんのおかげです。今後とも、どうぞよろしくお願いします。

Let’s go! Ikimashô!

Ziezo, nog even een laatste bericht voordat ik vertrek. Mijn koffer is vol, mijn kamer is leeg. Morgenochtend rond zeven uur zullen wij (ik, mijn ouders en tenminste één broertje) naar Schiphol gaan en daar dan toch afscheid nemen. Voor die tijd wil ik gewoon lekker thuis zitten en genieten van mijn laatste uren in Nederland. Gisteren nog vrienden ontmoet in de stad en genoten van een lekker biertje. Die biertjes ga ik missen denk ik.

Ik moet zeggen dat ik met een vreemd gevoel nu hier zit te schrijven. Ik weet dat ik nu op het punt sta om een grote verandering door te maken, en vannacht heb ik bijna geen oog dicht kunnen doen, want naarmate de dag dichterbij komt wordt het natuurlijk meer en meer spannend. En die dag komt snel hoor, ik ben de zomervakantie echt doorgestoomd.

Maandag om 10 uur ’s ochtends kom ik aan in Narita Airport, en vandaar zal ik de bus nemen naar Tsukuba, en bij het station van Tsukuba zal iemand me opwachten die me naar de universiteit brengt. Ik hoop dat ik niet veel hoef te lopen, want die koffer is een stuk zwaarder dan ik verwachtte. Verder heb ik voor maandag en dinsdag niks gepland staan.

Zodra ik tijd heb zal ik in ieder geval even een update plaatsen op deze blog.

Welnu, ik ga op reis! Sayonara! (vaarwel/dag!)DSC_0099